04-07-2007 - HET SCHRALE EIND - ZUIDERZEEROUTE
HET SCHRALE EIND: MONUMENT VOOR ECHTE MENSEN
Als er, vertelt hij, over honderd jaar nog maar één boek van mij over is. En dat iemand dat boek pakt, leest en de personages weer tot leven zien komen. Dat hoopt Bas Sleeuwenhoek, die een reis langs de bedwongen Zuiderzee maakte en er een boek over geschreven heeft. ‘Het Schrale Eind’ kwam deze week uit.
Door Saskia van Westhreenen (Leeuwarder Courant)
HEERENVEEN – Klaas Witteveen is veehouder in Mirns. Een van de ruim honderd mensen die Sleeuwenhoek bezocht in zijn rondreis langs de voormalige Zuiderzee. Sleeuwenhoek schreef een boek over de mensenlevens langs de kust, die zo drastisch veranderde met de komst van de Afsluitdijk.
De Heerenvener, een geboren Schiedammer, sprak bewust geen burgemeesters of schoolmeesters, maar veehouders, kantonniers, stenenleggers, vissers en stropers. Mensen met ruwe handen. Mensen met een echt verhaal, zoals Klaas.
,,Ik wilde Klaas de hand drukken, maar halverwege de dijk hield hij stil. Zijn ogen zochten de grond af. ‘Hier is het. Nu zie je niks, maar als het droog is, kleurt het gras groener.’ In de zeedijk van Mirns lag een man begraven en Klaas stond boven op zijn graf.
De verhalen zijn gebundeld in het boek Het Schrale Eind dat Sleeuwenhoek deze week in eigen beheer heeft uitgegeven. Sleeuwenhoek raakte gefascineerd door de oude verhalen toen hij in de jaren negentig werkte als journalist voor de Leeuwarder Courant. Toen verzuchtte hij al dikwijls: ,,We moeten er snel bij zijn, want straks zijn ze allemaal dood.’’ Vanaf die periode struinde Sleeuwenhoek de IJsselmeerkust af, op zoek naar de verhalen van echte mensen.
Wietze Boersma uit Warns is er ook zo een. Wietze werkte als afslager in de vishal van Stavoren, hij was kruidenier in Warns en als visser verdiende hij zijn brood in Laaksum.
Omdat de meeste vis op zachte voedselrijke gronden leeft, moest hij alles weten van de samenstelling en diepte van de gronden. Daarvoor gebruikte hij een peilstok van 6 meter. Als de punt de bodem raakte, voelde Wietze aan de weerstand wat voor grond eronder zat. Na jarenlange ‘wandelingen’ door het onderwaterlandschap was Wietze zo bedreven in het peilen, dat hij op de tast negen bodemsoorten kon onderscheiden (…) ‘Als ik de zee zie, dan zie ik de gronden’ , zei Wietze, en hij beschreef uit het hoofd de 25 kilometer lange bodem tussen Staveren en Enkhuizen.
De broers Inne Minnes en Minne Minnes de Vries worden uit de vergetelheid gerukt. Ze waren de enige vissers van het Oudemirdumer Klif. Bij het smalle strandje hadden ze ieder hun eigen haventje.
In de aaltijd vlochten ze een schot van stro waarlangs de paling de fuiken in zwom. De vissers daalden het klif af en boomden in hun platte boot langs de zandbanken.
Door de komst van de Afsluitdijk liepen de vangsten rap terug.
Minne moest de vis eigenlijk achterna trekken, maar zijn platte boot leende zich niet voor dieper water. In 1932 bereikte de botvangst een dieptepunt en in de jaren erna ving Minne Minnes steeds minder paling. In 1927 ging het zo slecht met de visserij dat Minne er de brui aan gaf.
Sleeuwenhoek sprak met Inne, naamgenoot en zoon van Inne Minnes. Samen zochten ze het haventje op van zijn oom en vader.
Tussen hoog gras vond je de haventjes van Inne en Minne. Ze werden niet langer door eb en vloed uitgeschuurd en de zeepalen stonden erbij alsof ze uit elkaar waren gereten: spits, zompig en begroeid met mossen en plantjes. Maar het water kroop hier nog altijd het land op. Achter de haventjes lag het meer, zo leeg en kalm als op de eerste dag dat hier een bootje vertrok.
De verhalen van vroeger worden in het boek afgewisseld met archiefmateriaal over het leven langs de zee. Zo komt de drankzucht in Lemmer uitgebreid aan bod. De trek van de Lemsters naar Makkum en Harlingen. De enorme muggenplagen in de jaren dertig en de bestrijding daarvan.
Maar het mooiste blijven de verhalen van de echte mensen. Mud was er zo een, een zwijgzame stroper van een jaar of veertig in het café van Schoterzijl.
Mud reageerde nauwelijks op complimentjes. Hij knikte, bracht een flesje bier zwijgzaam naar de mond, en monsterde mijn dikke trui. ‘Dat jij nog niet dood bent.’ Mud was opgegroeid op het platteland. Hij sliep in een bedstee. De sneeuwvlokken vielen door de dakpannen op zijn bed. Zo kreeg hij een laagje vet op de armen. ‘De kou doet me niks.’ Mud zweeg weer.
Het Schrale Eind. Uitgeverij De Grintfisker. 311 pagina’s, geïllustreerd. Prijs 14,90 euro. www.grintfisker.nl
Gepost door: sterk op 04-07-2007 om 11:25
|